door Gábor Locht
Soms pleiten hele kleine details van een geschrift voor haar betrouwbaarheid. Dit geldt ook voor prijzen die in de Bijbel worden genoemd.
Stel, je schrijft een roman die speelt in de Middeleeuwen. Je moet dan natuurlijk moeite doen om je verhaal ‘echt’ te laten klinken. Als mensen brood kopen, laat je ze niet met euro’s betalen, want die waren er toen nog niet. En hoeveel kostte een brood eigenlijk?
Soms pleiten hele kleine details van een geschrift voor haar betrouwbaarheid. Dit geldt ook voor prijzen die in de Bijbel worden genoemd. Daarin komen heel wat maten en gewichten voor, maar de prijs van één soort ‘handelswaar’ is goed te vergelijken met buiten-Bijbelse bronnen: de prijs van slaven.
Slavernij in de Bijbel
Slavernij komt ook in de Bijbel voor, maar daar moet direct bij gezegd worden dat de vorm van slavernij die in het oude Israël voorkwam, niet te vergelijken is met de handel in Afrikaanse slaven, zoals die bestond in de 16e tot 19e eeuw na Chr. In het laatste geval werden slaven niet als mensen gezien, maar in de Bijbel behielden slaven altijd hun menselijke waardigheid.
Israëlieten konden zichzelf als onbetaalde arbeider aanbieden, wanneer zij hun schulden niet konden betalen. Een dergelijke slaaf bleef maximaal zes jaar in dienst. Daarna moest hij worden vrijgelaten. Ook moest hij goed behandeld worden (zie Deut. 15:12 e.v.; Lev. 25:39-40).
Naast de bovenstaande vorm van ‘schuldslavernij’ waren er ook slaven die hun leven lang slaaf bleven. Dit waren bijvoorbeeld krijgsgevangenen uit andere volken. Ook deze mensen mochten echter niet worden mishandeld. De slaveneigenaar werd gestraft als hij een oog of een tand bij zijn slaaf uitsloeg: de slaaf moest dan worden vrijgelaten (Exod. 21:26-27). Als een man verliefd werd op een krijgsgevangen vrouw, moest hij met haar trouwen. Zij kreeg zodoende een beschermde status. Als haar man van haar wilde scheiden, mocht zij niet meer als slavin behandeld worden (Deut. 21:10-14). Ook slaven kregen vrijaf op de sabbat (Deut. 5:14) en wanneer het land elk zevende jaar een jaar rust kreeg tijdens het zogenaamde sabbatsjaar, was de opbrengst van het land onder andere voor de slaven (Lev. 25:6).
Prijzen van slaven
Terug naar de prijzen van slaven.1 Daar geeft de Bijbel drie keer een indicatie van in geschiedenissen uit heel verschillende perioden. Jozef wordt rond de zeventiende eeuw voor Chr.2 door zijn broers voor twintig zilverstukken (‘sjekel’) verkocht (Gen. 37:28). Uit de wetten van Hammurabi, Oud-Babylonische documenten en documenten uit Mari, blijkt dit inderdaad de gemiddelde prijs voor een slaaf te zijn geweest rond die tijd.
In Exodus 21:32, is de vergoeding voor een gedode slaaf dertig sjekel, wat exact overeenkomt met opgegraven documenten van rond de tijd waarin Mozes leefde (tabletten uit Nuzi en Ugarit).
In de achtste eeuw voor Chr. moet koning Menahem aan de koning van Assyrië vijftig sjekel betalen als prijs voor elke Israëliet, om zodoende gevangenschap (en daarmee een slavenbestaan) af te kopen (2 Kon. 15:20). Deze prijs komt overeen met Assyrische bronnen uit die tijd.
Na de Babylonische ballingschap stegen de prijzen van slaven tot negentig en zelfs tot honderd-twintig sjekel. Als de bovenstaande geschiedenissen verzonnen zouden zijn, in of na de Babylonische ballingschap (wat door veel liberale theologen wordt verondersteld), is het toch wel heel wonderlijk dat de prijzen van slaven steeds zo accuraat zijn weergegeven. Dit soort details wijzen er op dat deze geschiedenissen zijn opgeschreven in een tijd waarin men van deze dingen nog nauwkeurig op de hoogte was en dat ze secuur zijn weergegeven!
Voetnoten:
1) Deze gegevens zijn ontleend aan: Kitchen, Prof. K.A., On the Reliability of the Old Testament, William B. Eerdmans Publishing Company, Grand Rapids, Cambridge 2003, 344-345, 639.
2) Deze schatting is ontleend aan Paul, Prof. M.J., drs. G. van den Brink en ds. J.C. Bette, Studiebijbel Oude Testament, deel 1, Centrum voor Bijbelonderzoek, Veenendaal 2004, 963-972.
