door: Gábor Locht
Kun je ervan op aan dat de verhalen over de opstanding van de Heere Jezus niet zijn verzonnen? Als je daar niet op kunt vertrouwen, zou je geloof natuurlijk op drijfzand zijn gebouwd.
Hoe bepaal je of een verhaal klopt? Door het te verifiëren: door via andere bronnen na te gaan of iemand de waarheid spreekt. Via het internet kun je bijvoorbeeld gemakkelijk bepalen of een bepaalde aanbieding werkelijk de ‘aller-goedkoopste’ is. Nu is dit bij de getuigenissen over de opstanding helaas niet mogelijk, omdat we naast de Bijbel geen bronnen hebben waar we uit kunnen opmaken dat deze gebeurtenis écht heeft plaatsgevonden. De vraag is daarom: hoe bepaal je of een verhaal betrouwbaar is, wanneer je het níet kunt verifiëren?
Hoe bepaal je bijvoorbeeld of een getuige in een rechtzaak de waarheid spreekt? Een van de belangrijkste vragen is dan: heeft iemand persoonlijk belang bij zijn verklaring? Bij een moordzaak zou een getuige bijvoorbeeld de verdachte kunnen beschuldigen om zélf niet verdacht te worden. Zijn getuigenis zou dan ook met een korreltje zout genomen moeten worden.
Wanneer farmaceutisch bedrijf A stelt dat zijn eigen medicijnen de beste zijn, geloof je dat natuurlijk ook niet direct. Een verhaal is overtuigender als degene die de verklaring geeft, er géén persoonlijk belang bij heeft om iets te verklaren.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat een verhaal per definitie onwaar is, wanneer iemand er belang bij heeft. Misschien zijn de pillen uit die farmaceutische fabriek A inderdaad de beste, maar je gelooft dat natuurlijk eerder wanneer de directeur van fabriek B (de concurrent) dat zou verklaren over de middelen van fabriek A!
Terug naar de opstanding. Hoe betrouwbaar zijn de getuigenissen hierover? Veel van de mensen die de Heere Jezus ná Zijn dood levend hebben gezien, waren al volgelingen van Hem, vóórdat Hij werd gekruisigd. Je zou daarom van hen kunnen zeggen dat ze er belang bij hadden om in de opstanding te geloven. Ze wilden het immers graag geloven. Is er echter ook een getuige die er géén belang bij had? Ja, die is er: Paulus.
Paulus zou in een rechtzaak een belangrijke getuige zijn. Als er iemand géén belang had bij de opstanding, was hij het wel. Paulus (toen nog Saulus geheten) was een gelovige Jood. Op het moment dat de levende Christus aan hem verscheen, was hij bezig de christelijke gemeente te vervolgen. Paulus kwam uit Tarsus, een stad in het huidige Turkije. Het lijkt er echter op, dat zijn familie nauwgezet de tradities uit het Jodendom in Jeruzalem wilde volgen. Zo stuurden ze Paulus naar Jeruzalem om dáár zijn opleiding te volgen en niet naar de Joodse geleerden in Tarsus. Een deel van zijn familie woonde ook in Jeruzalem. Paulus genoot zijn opleiding bij beroemde rabbi’s en leefde volgens eigen zeggen ‘onberispelijk’. Paulus’ bekering kwam (menselijk gezien) dan ook uiterst ongelegen! Door het volgen van Jezus verspeelde Paulus zijn veelbelovende carrière en mogelijk de band met zijn familie. Het was daarbij allerminst zeker of hij door de vroegste christenen geaccepteerd zou worden: hij was immers een beruchte vervolger van het christendom! Paulus zou er dan ook alle belang bij hebben gehad om dit visioen te ontkennen. Het feit dat hij dat niet deed, maakt het daarom des te aannemelijker dat hij écht met de opgestane Christus te maken heeft gehad.
Literatuur:
Frend, W.H.C., The rise of Christianity (Philadelphia 1984).
Kooten, Geurt Henk van, ‘Van Paulus geloof ik het’, Trouw (3 april 2010) 78.
Bijbelteksten over Paulus’ opleiding: Hand. 22:3 en Fil. 3:6. Over zijn familie: Hand. 23:16.