door Gábor Locht
Jona vluchtte weg voor God, vond een schip dat hem ver weg zou brengen. Het schip werd echter door storm overvallen en Jona begreep dat het noodweer door God was gestuurd. Hij werd door de bemanning in zee gegooid en de zee werd kalm. Direct daarna werd Jona opgeslokt door een grote vis, die hem na drie dagen weer uitspuwde.
Volgens velen kan deze geschiedenis zo opgenomen worden in de sprookjes van Grimm, want iemand die opgeslokt wordt door een vis en er ook weer levend uitkomt, dat geloof je toch niet?
Het is goed om je af te vragen waarom je het eigenlijk niet zou geloven? Misschien vindt u gewoon dat dit toch wel wat al te fantastisch klinkt. Een walvis die een mens opslokt en weer levend uitspuugt, dat kán gewoon niet. Walvissen eten immers plankton (héle kleine zeediertjes). Ze kunnen een mens niet door hun keelgat krijgen en daarnaast: zoiets wonderlijks gebeurt in onze dagen toch ook niet?
O nee? Ik waag het te betwijfelen. Maar voordat ik daarop inga, moet eerst iets gezegd worden over die walvis. In de Hebreeuwse grondtekst staat namelijk niet dat het een walvis was. Er staat een woord dat zeemonster betekent. Dus een groot dier dat in zee leeft. Het zou net zo goed een heel andere diersoort geweest kunnen zijn, al schijnen er ook walvissoorten te zijn (potvissen) die geen moeite zouden hebben met het doorslikken van een mens. Het eerste bezwaar tegen het inslikken van Jona is hiermee van tafel. Er zijn immers grote vissen die een mens zouden kunnen opslokken. Iedereen die de schitterende documentaire Earth gezien heeft, zal zich de indrukwekkende beelden herinneren van een gigantische grote witte haai die een zeehond opslokt. Deze haai kan met recht een zeemonster genoemd worden!
Het inslikken is dus niet zo'n punt, maar kan een mens zoiets overleven? Ja, ook dat is mogelijk. Ambrose Wilson noemt een voorbeeld van een geharpoeneerde potvis waarin een opgeslokte zeeman werd aangetroffen toen het beest aan stukken gesneden werd. De man leefde nog, hoewel hij buiten bewustzijn was1. Halverwege de 19e eeuw werd een matroos die overboord sloeg in de Middellandse Zee opgeslokt door een enorme haai. De bemanning van zijn schip vuurde vervolgens een kanon op het dier af, waarna de matroos door het dier werd uitgebraakt. De matroos overleefde dit!2 En in de jaren '50 van de 20e eeuw werd een visser in de buurt van Atjeh ingeslikt door een grote witte haai. De man kon nog levend uit de vis bevrijd worden, nadat die was gevangen3.
Ook het uitbraken van Jona kan verklaard worden wanneer deze geschiedenis zou verwijzen naar een grote witte haai. Dit dier slokt namelijk graag een prooi in zijn geheel naar binnen, zodat hij er niet om hoeft te vechten. Het verteringssysteem in de maag werkt daarbij traag en onverteerbare resten braakt hij uit door zijn maag als een kussensloop naar buiten te plooien4.
Kortom: de geschiedenis van Jona is wel uitzonderlijk, maar helemaal niet onmogelijk!
1. Wilson, Ambrose, ‘The sign of the prophet Jonah and its modern confirmations' in Princeton Theological Review (1927) 630-642.
2. Pusey, E.B., The Minor Prophets (London 1860-1861).
3. Bijbel en Wetenschap (mei 1998) nr. 203, 89-90.
4. Ibidem.