door Gabor Locht
De eerste stad die de Israëlieten innemen, is Jericho. U kent de geschiedenis waarschijnlijk wel: dikke muren, een onneembare stad. De Israëlieten hoeven er echter alleen maar een aantal keren omheen te lopen en zie daar… de muren storten in! Alweer een sprookje?
Het is bekend waar Jericho ligt. De stad is gedeeltelijk opgegraven. Het leuke is: de archeologische vondsten bevestigen het Bijbelverhaal tot in details!1 Hier blijkt maar weer eens: in de Bijbel hebben we niet van doen met sprookjes! Nee, de Bijbel beschrijft geschiedenis. Het zijn historisch betrouwbare verslagen.
Er zijn weinig gebeurtenissen van zó lang geleden, waarvan de beschrijving in een literaire bron (in dit geval de Bijbel) zó nauwkeurig klopt met archeologische vondsten. Zo had de stad een dubbele muur, waartussen de armen woonden. Ook de hoerenbuurt was daar, net als in veel andere steden, waar prostituees op de wallen, de grens van de stad woonden. Zo’n dubbele muur had echter niet elke stad en dat verklaart de wat wonderlijke Hebreeuwse uitdrukking, dat de prostituee Rachab “in de muur” woonde (Joz. 2:15). Ze woonde waarschijnlijk tussen beide muren in, waarbij haar huis grensde aan de buitenste muur.
Nog een paar opmerkelijke zaken: er zijn vaten vol verbrand graan gevonden. Meestal werd een stad belegerd vlak vóór de oogsttijd, zodat haar bewoners het beleg minder lang konden volhouden. In een veroverde stad vind je dus meestal geen overblijfselen van voedselvoorraden. Het graan is nog om een tweede reden uitzonderlijk. Als er graan in een veroverde stad aanwezig was, werd dit normaal gesproken natuurlijk meegenomen door de overwinnaars. Het zou niet worden vernietigd. Over de inname van Jericho staat echter dat het volk Israël ná de graanoogst bij Jericho aankwam, de stad innam, en haar vervolgens níet mocht plunderen. De stad werd volgens de Bijbel door de Israëlieten “met de ban geslagen” (aan de Heere gewijd door de stad plat te branden) met alle graanvoorraden er in. Dit is precies wat archeologen hebben gevonden!
Opmerkelijk is bovendien dat aan de aslagen te zien is dat de muren niet door het vuur zijn vernield, maar dat het vuur duidelijk ná het instorten van de stad heeft gewoed, wat overeenkomt met het feit dat de Israëlieten de stad verbrandden nádat de muren waren ingestort.
Tot slot mochten de Israëlieten de zilveren, gouden, koperen en ijzeren voorwerpen meenemen om aan God te geven (Joz. 6:24) en deze metalen zijn ook inderdaad bij de opgravingen niet gevonden.
Alweer blijkt dus een ‘Bijbels sprookje’ gewoon historie te zijn!
Voetnoot:
Onder archeologen is er discussie over de exacte datering van de uittocht: in de 13e of de 15e eeuw voor Christus. Dit heeft gevolgen voor de vraag welke archeologische gegevens uit Jericho aan de inname door Israël kunnen worden toegeschreven. Ik volg in deze discussie o.a. John Bimson, die de inname van Jericho op goede gronden dateert in de 15e eeuw.
Geraadpleegde literatuur o.a.:
Bimson, John J., Redating the exodus and conquest, Almond Press, Sheffield 1978.
Rohl, David M., Pharaohs and kings. A Biblical Quest, Crown Publishers, New York, 1995.