door Gábor Locht
"Dát is toch onzin! Dat is toch al te gek! Je wilt toch niet zeggen dat je letterlijk gelooft wat er in de Bijbel staat?" Het gebeurt ons allemaal wel eens: mensen kijken je met grote ogen aan, alsof je rechtstreeks uit de ‘achterlijke' middeleeuwen bent overgezet. Als de eerste verbazing is weggeëbd, wordt je een lijstje voorgeschoteld van alles wat je toch zeker niet kúnt geloven, ... wanneer je tenminste een beetje verstand zou hebben: de Bijbel staat toch vol met sprookjes. Neem nou Jona in de vis, mensen die op water lopen, bijlen die drijven, personen die ten hemel varen, apostelen die opeens alle talen kunnen spreken, muren die op een enkel teken instorten, enzovoort, enzovoort ...
Dergelijke gesprekken kunnen je behoorlijk in verwarring brengen en dat is volkomen begrijpelijk. Niemand wil immers voor gek worden versleten! Maar is het werkelijk zo belachelijk om te geloven wat er in de Bijbel staat? Houdt het geloof alleen stand bij naïevelingen? Is het geloof in de Bijbel vergelijkbaar met het geloof in Sinterklaas: leuk voor kleine kinderen en goedgelovigen, maar onhoudbaar voor mensen die een beetje meer nadenken?
Met deze serie artikelen over de betrouwbaarheid van de Bijbel, wil ik laten zien dat het geloof hechten aan de Bijbelse geschiedenissen helemaal geen belachelijke zaak is. Je hoeft je verstand niet thuis te laten wanneer je de Bijbel leest: geloven gaat niet tegen je verstand in; het is niet irrationeel.
Daar moet natuurlijk gelijk iets bij gezegd worden. Lopen op water, opstijgen ten hemel ... al dat soort gebeurtenissen zijn wel wonderbaarlijk! Toch geloof ik dat dit iets anders is, dan het tegen je verstand ingaan.
Veel wonderen zijn juist in de Bijbel opgeschreven, omdat het wonderen zijn. Het zijn geen alledaagse gebeurtenissen. Als ze aan de orde van de dag zouden plaatsvinden, zouden ze heel waarschijnlijk niet de moeite van het opschrijven waard zijn geweest.
Laat ik een voorbeeld geven. Wanneer een bijl in het water valt en zinkt, gebeurt dit door de natuurwetten die God heeft ingesteld. De natuurwetten noemen we ‘wetten', omdat ze elke keer van kracht zijn wanneer we ze uittesten: telkens wanneer je een bijl in het water gooit, zinkt hij wéér. Wanneer God echter door een wonder die natuurwetten tijdelijk opheft, is er iets zó bijzonders aan de hand, dat het de moeite van het opschrijven waard is. Toen God door middel van Elisa een wonder deed door een bijl weer te laten drijven, vond men dit dan ook zó bijzonder dat de geschiedenis is opgeschreven (2 Kon. 6).
Gaat het tegen je verstand in om deze geschiedenis te geloven? Nee, helemaal niet. Net als iedereen geloof je dat normaal gesproken de natuurwetten gelden. Je zou mijns inziens inderdaad met molentjes lopen als je zou beweren dat het normaal is wanneer de wet van de zwaartekracht niet geldt. Daarover zijn bijbelgetrouwe christenen het echter geheel eens met sceptici: het is inderdaad niet normaal dat een bijl in water drijft, maar dat beweert de Bijbel ook helemaal niet! Deze gebeurtenis staat juist in de Bijbel, omdat ze niet gewoon of alledaags is! Maar tegelijkertijd zou het bijzonder vreemd zijn om te geloven in een God Die alles heeft gemaakt, maar Die Zijn eigen natuurwetten niet tijdelijk zou kunnen opheffen. Dát lijkt me nu juist irrationeel!